Raadselachtige schilderijen zag ik deze week.
Op beide zijn gestalten te zien zoals je ze niet dagelijks
tegenkomt.
Het werk van Erlend Steiner Lovisa (1970) oogt
aantrekkelijk, is beheerst en subtiel geschilderd, laag over laag,
de zichtbare werkelijkheid nauwkeurig volgend, en toch niet te
gedetailleerd. Roeland Zijlstra (1961) penseelt krachtig en soms
karikaturaal, stevig omlijnde koppen en gestalten, expressieve
deformaties, niet natuurlijke kleuren. Het werk van beide schilders
blijft je bij, je kunt er niet omheen. Tussen de onafzienbare
beeldenstroom die je dagelijks passeert valt hun kunst op en daarmee
is een eerste wapenfeit bereikt. Hoe verschillend de aanblik van hun
voorstellingen, het raadselachtige maakt ze verwant.
Steiner Lovisa toont vrouwen van wie het gezicht verborgen gaat
achter hun haar. Vaak zitten ze ongemakkelijk op een krukje. Ik zie
ook werken met twee vrouwen van wie het haar tot een golvende massa
in elkaar is geweven. Steiner Lovisa baseert zijn composities op
door hem geënsceneerde foto's van mensen die hij kent. Het niet
zichtbaar zijn van hun gezicht kan verwijzen naar het deel van
iemand dat voor anderen verborgen blijft. Je kunt 'de ander' immers
niet zo kennen als die zichzelf kent. Je hebt geen toegang tot zijn
herinneringen, gedachten en gevoelens. Op het gezicht valt vaak veel
te lezen. Blijft het gezicht verborgen dan weet je maar weinig van
wie je voor je hebt. Niet voor niets is de boerka in open
samenlevingen een weinig gewaardeerd kledingstuk. Eigenlijk speelt
Steiner Lovisa een gemeen spelletje met ons als toeschouwer. Hij
kent immers zijn modellen en laat ze expres met bedekt gelaat
poseren. Hij zet 'de' werkelijkheid naar zijn hand en bepaalt wat
wij wel en niet mogen zien. Dat is natuurlijk eigen aan elke
kunstenaar, maar Lovisa maakt er een thema van dat hij geraffineerd
uitspeelt. De vrouwen sluiten zich af, maken zich onzichtbaar.
Meestal maak je even contact als je alleen met iemand bent. Behalve
in de lift. Nu ben je als het ware in één ruimte met iemand die weet
zou moeten hebben van jouw aanwezigheid, maar die in feite ontkent
door zich niets van jou aan te trekken. Dat maakt de situatie
enigszins intiem en de toeschouwer een voyeur.
Soms voegt Lovisa een object toe dat een rol speelt en een mogelijke
interpretatie stuurt. Als hij een vrouw een krukje voor haar hoofd
laat houden, de pootjes naar de toeschouwer gericht, dan behelst dat
een actieve afwijzing. En wanneer hij iemand gehurkt op een klein
krukje zet zit daar een nadrukkelijk zich losmaken van de omgeving
in, iets van toevlucht zoeken. Ik vind dat type voorstelling sterker
dan die waar de vrouwen zich alleen achter hun haar verbergen. Er
komt een laag bij. Het ongrijpbare van de angst en de eenzaamheid
van de geschilderde personages vermengt zich met de onmogelijkheid
van de beschouwer te begrijpen of in te grijpen. Met machteloosheid
als gevolg. En zo het besef dat de werkelijkheid ons handelen de
baas is.
De voorstellingen van Roeland Zijlstra zijn gevarieerd, maar vaak
vreemd. Twee keer een oudere man op een schommel, een man in
zwembroek die een vrouw in bikini meesjouwt, een man met een eihoofd
op bed zittend, een andere man met een gewoon hoofd en een bril ook
op een bed zittend, een staande geklede man tegenover een staande
naakte vouw. Alle figuren zijn minimaal van middelbare leeftijd, op
misschien een in haar blootje zittende vrouw na die vanaf een
ligstoel met haar tenen het haar van een medezonaanbidster lijkt te
beroeren.
Het vreemde en vervreemdende komt voort uit wat Zijlstra ten tonele
voert en uit zijn vorm- en kleurgebruik. Net als in de reeks 'Sluiser
café' in mei 2010 in de Raadskelder, gaat het meestal om situaties
met anonieme mensen die Zijlstra opvoert als acteurs die zichzelf
spelen. Daarin zit een parallel met Lovisa. Maar waar draait het
Zijlstra om? Het schilderen is ook voor hem belangrijk. Je ziet dat
aan de vormentaal en de kleuren. Hoe grotesk en overdreven ook, de
keuzes zijn nadrukkelijk en met zorg gemaakt. Ik proef een soort
liefde voor banaliteit, zoals ook in het ter inzage liggende boekje
'Dossier Rottiers' waarin anekdotes over 'op café gaan' worden
afgewisseld met boertige beschrijvingen van (pogingen tot) sexuele
escapades. Vergeleken met 'Sluiser café' is deze expositie
spannender: de scènes minder voorspelbaar en de beeldtaal
verfijnder, althans in 'Musselblues' en het prachtige portret van
Roger Raveel. In deze werken smelten visuele vondsten samen met een
visie op het onderwerp dat de sjabloon overstijgt. De
schilderkunstige nuance spiegelt de inhoudelijke waardoor Zijlstra
de aandacht gevangen blijft houden. In een boekje dat Zijlstra samen
met Marc Nagtzaam maakt - de laatste schreef onderschriften bij
tekeningen van strandscènes - lees ik: ,,I have a desire to say
nothing, yet without becoming simply decorative". Dat zou kunnen
slaan op het streven van Zijlstra. Dat verklaart dan de aparte
spanning die in zijn voorstellingen besloten ligt en in de manier
waarop hij ze verbeeldt. Zo geeft hij zin aan het zinloze. Zien en
gezien worden kan betekenis geven aan een bestaan waarvan je je kunt
afvragen wat er de bedoeling van is. Sterker nog, er hoeft geen
bedoeling te zijn om te bestaan. En dat kan desondanks toch de
moeite waard zijn. Mits je de leegte weet te bestrijden. Ik denk dat
het daarom draait bij Zijlstra. En ik ervaar dat als een zinvolle
opdracht.
Erlend Steiner Lovisa: Kunstuitleen Terneuzen, Bellamystraat 26a,
Terneuzen.
T/m 12/3. Di. t/m vr. 13.00 - 17.00 uur, za. 10.00 - 14.00 uur.
Roeland Zijlstra: 'Musselblues', Pand 3, Gentsebreedstraat 3
Philippine.
T/m 6/4. Do. en vr. 13.00 - 16.30 uur en op afspraak.